Data helpt ons zien of we dichter bij ons doel komen

Dennis Martens over monitoring, maatschappelijke opgaven en de samenwerking met Het Gegevenshuis
Hoe weet je of een aanpak écht verschil maakt? Zeker bij een programma dat niet om één project, één wijk of één organisatie draait, maar om een langjarige inhaalrace voor het stadsdeel Heerlen-Noord.
Voor Dennis Martens is dat de kern van zijn werk. Als ‘huisprofessor’ bij het Nationaal Programma Heerlen-Noord brengt hij met onderzoek en cijfers in beeld hoe het programma ervoor staat.
“Eigenlijk gaat het om twee vragen”, zegt Dennis. “Doen we de goede dingen? En doen we die dingen goed?”
Eenvoudige vragen die zich niet eenvoudig laten beantwoorden. Heerlen-Noord kent opgaven die op veel terreinen tegelijk spelen: wonen, werken, gezondheid, veiligheid, leren en bestaanszekerheid. Precies daarom is betrouwbare data volgens Dennis onmisbaar. Niet om mensen tot cijfers te maken, maar om beter te begrijpen waar je staat, wat werkt en waar bijsturing nodig is.

Data als middel om te leren
Het Nationaal Programma Heerlen-Noord werkt aan grote maatschappelijke veranderingen. De afgelopen jaren zijn verschillende plannen concreter geworden. Dennis noemt onder meer de Rijke Schooldag, waarbij kinderen gemiddeld meer uren per week op school zijn, en de verduurzaming van woningen in Vrieheide.
Maar de vraag blijft steeds: wat leveren die inspanningen op? En hoe hangen verschillende maatregelen met elkaar samen?
“Data helpt om te laten zien waar we stonden, waar we nu staan en waar we naartoe willen”, zegt Dennis. “En als je een doel niet haalt, moet je niet meteen zeggen: het is mislukt. Dan moet je kijken wat je ervan kunt leren.”
Daar zit voor hem de waarde van monitoring. Data is geen afrekeninstrument, maar een manier om samen scherper te kijken. Wat gaat goed? Wat vraagt aandacht? En welke keuzes zijn nodig om dichter bij het doel te komen?
Van cijfers naar kaarten
In die zoektocht werkt het Nationaal Programma Heerlen-Noord samen met Het Gegevenshuis. Op dit moment helpt Het Gegevenshuis vooral om data zichtbaar te maken in kaarten. Dat klinkt misschien technisch, maar voor Dennis is die visuele vertaling juist heel waardevol.
“Wij laten de data die we verzamelen omzetten in kaarten”, vertelt hij. “Het Gegevenshuis kan dat heel mooi visueel in beeld brengen. Letterlijk.”
Een concreet voorbeeld is de woningvoorraad in Heerlen. Het programma wil beter begrijpen hoe die voorraad zich door de jaren heen heeft ontwikkeld. Welke woningen zijn wanneer gebouwd? Wat gebeurde er na de mijnsluiting? En in hoeverre heeft de samenstelling van de woningvoorraad invloed op de huidige opgave?
Door zulke informatie op kaart te zetten, worden patronen zichtbaar die in tabellen of losse cijfers minder snel opvallen. Kaarten helpen om het gesprek concreter te maken. Niet alleen: wat denken we dat er speelt? Maar: wat zien we gebeuren, waar gebeurt het en wat betekent dat?
Betrouwbare informatie, helder verbeeld
Juist bij maatschappelijke opgaven is zorgvuldigheid belangrijk. Data kan richting geven, maar alleen als de gegevens betrouwbaar zijn en de visualisatie helder is.
Daar ziet Dennis een belangrijke kracht van Het Gegevenshuis. “Je kunt erop vertrouwen dat gegevens goed worden beheerd en op een goede manier worden gevisualiseerd”, zegt hij. “Niet voor meerdere uitleg vatbaar, maar zó dat je ziet: dit is wat er staat en dit is wat ermee bedoeld wordt.”
Die betrouwbaarheid is essentieel. Zeker wanneer data wordt gebruikt om beleid te onderbouwen, partners mee te nemen of keuzes uit te leggen. Een kaart is dan niet zomaar een plaatje. Het is een manier om dezelfde werkelijkheid samen te bekijken.
De volgende stap: data verbinden
Voor Dennis ligt de grootste kans in het verbinden van data. Binnen het Nationaal Programma Heerlen-Noord werken veel partijen samen. Denk aan overheden, onderwijs, zorg, woningcorporaties, instellingen en maatschappelijke organisaties. Al die partners hebben hun eigen kennis en gegevens.
De meerwaarde ontstaat volgens Dennis wanneer die informatie op een verantwoorde manier bij elkaar komt.
“Veel organisaties zijn heel goed op hun eigen terrein”, zegt hij. “Maar de opgave in Heerlen-Noord zit juist in het integrale denken.”
Want een gezin leeft niet in losse beleidsdomeinen. Een kind kan meedoen aan een Rijke Schooldag, maar vervolgens ook thuiskomen in een woning met problemen. Een ouder kan te maken hebben met stress door schulden, werkloosheid of gezondheid. Als organisaties alleen naar hun eigen stukje kijken, blijft het totaalbeeld onvolledig.
Daarom wil Dennis toe naar een manier van werken waarin data helpt om samenhang te zie, om beter te begrijpen welke ondersteuning nodig is.
Een gids die ook onbekend terrein durft te betreden
In die ontwikkeling ziet Dennis Het Gegevenshuis niet alleen als uitvoerende partij, maar steeds meer als partner. Een organisatie die meedenkt over hoe je data veilig kunt opslaan, ontsluiten en koppelen. En die helpt om de stap te zetten van losse informatie naar bruikbaar inzicht.
“Daarin zie ik Het Gegevenshuis echt als een heel goede partner”, zegt Dennis. “Een gids die de weg weet, maar ook bereid is om onbekend terrein te betreden.”
Die formulering raakt precies aan de beweging die Het Gegevenshuis zelf wil maken: van betrouwbare gegevenspartner naar gids in een steeds complexer datalandschap. Niet door alles al te weten, maar door samen met deelnemers te onderzoeken wat nodig is, wat verantwoord kan en wat waarde toevoegt.
Data vertelt niet alles
Tegelijk blijft Dennis nuchter over de rol van data. Cijfers kunnen veel zichtbaar maken, maar nooit het hele verhaal vertellen. “Als je echt goede plannen wilt maken, moet je altijd met bewoners in gesprek blijven.”
Dat is misschien wel de belangrijkste nuance. Data helpt om betere vragen te stellen, patronen te herkennen en keuzes te onderbouwen. Maar de werkelijkheid achter die data blijft menselijk. Die vind je niet alleen in systemen, maar ook in gesprekken met bewoners, ouders, professionals en partners in de wijk.
Precies in die combinatie ligt volgens Dennis de kracht: datagedreven én mensgericht werken.
Eerst weten waarom
Aan andere gemeenten of publieke organisaties die met Het Gegevenshuis willen samenwerken, zou Dennis vooral meegeven: doe het bewust.
“Je moet zelf weten waarom je met data aan de slag wilt”, zegt hij. “Als die motivatie er is, heb je aan Het Gegevenshuis een heel goede professionele partij om stappen te zetten.”
Voor Heerlen-Noord zijn die stappen helder. Data moet helpen om de opgave nog beter te begrijpen, partners te verbinden en zichtbaar te maken of de aanpak dichter bij het doel komt.
Niet als doel op zich. Maar als kompas voor een gebied waar veel samenkomt, veel speelt en veel te winnen is.
Of, in de taal van Het Gegevenshuis: ‘Samen data wijzer’.